Ik geloof niet zo in universele managementwaarheden. Principes zijn voor mij pas interessant wanneer ze helpen kiezen op momenten waarop de uitkomst niet vanzelfsprekend is. De onderstaande principes zijn ontstaan uit werk, fouten, observaties en gesprekken die ik soms eerder had moeten voeren. Het zijn geen regels die in iedere situatie hetzelfde antwoord geven, maar uitgangspunten die onder verschillende omstandigheden steeds opnieuw bruikbaar zijn gebleken.
Ik heb uiteindelijk meer vertrouwen in wat mensen en organisaties consequent doen dan in wat zij over zichzelf zeggen. Een functietitel vertelt wie formeel verantwoordelijk is, maar gedrag laat zien wie daadwerkelijk leidt. Een strategie beschrijft waar een organisatie naartoe wil, maar tijd, geld, keuzes en dagelijkse aandacht laten zien wat zij werkelijk belangrijk vindt. Dat betekent niet dat intenties er niet toe doen, maar wel dat een goede bedoeling pas betekenis krijgt wanneer zij zichtbaar wordt in gedrag. Hetzelfde geldt voor plannen, waarden, afspraken en beloften. Ik probeer daarom onderscheid te maken tussen de werkelijkheid zoals we haar graag zouden zien en de werkelijkheid waarmee we daadwerkelijk moeten werken.
Menselijk gedrag is zelden zo eenvoudig als het van buiten lijkt. Iemand die geen verantwoordelijkheid neemt kan gemakzuchtig zijn, maar er kunnen ook andere oorzaken zijn: onduidelijke verwachtingen, onvoldoende mandaat, verkeerde prikkels of een omgeving waarin initiatief eerder wordt afgestraft dan beloond. Daarom probeer ik gedrag eerst te begrijpen voordat ik er een oordeel of oplossing aan verbind. Dat betekent niet dat alles daarmee is goedgepraat; begrip ontslaat niemand van verantwoordelijkheid en soms is een consequentie precies wat nodig is. De juiste diagnose is belangrijker dan de comfortabele diagnose.
Duidelijkheid hoeft niet ten koste te gaan van zorgvuldigheid. Mensen mogen weten waar zij aan toe zijn, wat van hen wordt verwacht en wat iemand werkelijk bedoelt. Veel onnodige spanning ontstaat wanneer een gesprek te lang wordt uitgesteld, een conclusie wordt verzacht totdat niemand meer weet wat er eigenlijk is gezegd, of wanneer mensen uit beleefdheid instemmen met iets waar zij feitelijk niet achter staan. Goede communicatie vraagt voor mij om eerlijkheid én tact. Duidelijkheid waar het nodig is, zorgvuldigheid in de manier waarop. Vaagheid helpt uiteindelijk zelden iemand.
Verantwoordelijkheid zonder bevoegdheid, informatie en capaciteit bestaat vooral op papier. Wie ergens werkelijk verantwoordelijk voor is, moet ook daadwerkelijk in staat zijn die verantwoordelijkheid te dragen. Die handelingsruimte is echter niet vrijblijvend. Daartegenover staat dat afspraken worden nagekomen, problemen worden benoemd voordat ze escaleren en iemand de gevolgen van zijn keuzes draagt. Autonomie zonder eigenaarschap werkt uiteindelijk net zo slecht als verantwoordelijkheid zonder mandaat. Dat geldt voor leiders net zo goed als voor medewerkers.
Een functie, opdracht of hiërarchische verhouding kan verklaren waarom iemand iets doet, maar maakt een verkeerde beslissing niet vanzelf juist. Ook binnen een organisatie blijf je verantwoordelijk voor je eigen oordeel en voor de grenzen waar je zelf niet overheen wilt gaan. Loyaliteit vind ik belangrijk, maar niet wanneer zij betekent dat je je eigen overtuiging moet uitschakelen. Als iets niet klopt, vind ik “dit is nu eenmaal mijn taak” uiteindelijk geen afdoende antwoord. Professionaliteit betekent voor mij daarom ook dat je bereid bent vragen te stellen, bezwaar te maken of ergens niet aan mee te werken wanneer dat nodig is, ook als dat ongemakkelijk is of iets kost.
Goede eenvoud vraagt om behoorlijk wat begrip. Pas wanneer je een vraagstuk voldoende doorgrondt, kun je onderscheid maken tussen wat werkelijk nodig is en wat vooral ruis toevoegt. Iedere extra vergadering, rol, regel, controle, tool of proces brengt ook onderhoud met zich mee. Soms is die complexiteit noodzakelijk, maar vaak is zij vooral in de loop der tijd ontstaan. Ik zoek daarom liever naar de eenvoudigste oplossing die de werkelijkheid aankan dan naar de meest indrukwekkende oplossing die we kunnen ontwerpen.
Perfectie is vaak duur, traag en uiteindelijk onhaalbaar. Kwaliteit zit voor mij eerder in aandacht. Je ziet aandacht terug in een goed voorbereid gesprek, een heldere e-mail, een zorgvuldig ontworpen product, een proces dat ook voor degene die ermee moet werken logisch is en in iemand die iets nog één keer controleert omdat het hem werkelijk kan schelen of het klopt. Dat geldt buiten het werk net zo goed. Je herkent dezelfde aandacht in een goed boek, een mooie film, een uitstekend gerecht in een goed restaurant of een zorgvuldig gemaakt voorwerp. Voor mij zit vakmanschap vaak precies daar: het moet kloppen.
Ik vertrouw op patroonherkenning en intuïtie, maar ik beschouw geen van beide als bewijs. Een gevoel dat iets niet klopt is een reden om beter te kijken, niet om alvast te besluiten dat ik gelijk heb. De andere kant is minstens zo belangrijk. Analyse kan ook een comfortabele plek worden om een keuze nog even niet te hoeven maken. Er komt vrijwel altijd een moment waarop meer informatie nauwelijks nog tot een beter besluit leidt. Een goed inzicht moet daarom uiteindelijk worden getoetst, teruggebracht tot de kern en vertaald naar een keuze, gesprek of handeling. Anders blijft het niet meer dan een interessante analyse.
Ik hou van mensen die hun vak serieus nemen zonder zichzelf groter te maken dan nodig. Hoge standaarden hoeven niet gepaard te gaan met plechtigheid en gezag wordt niet geloofwaardiger doordat iemand harder praat. Humor helpt daarbij. Niet om moeilijke onderwerpen weg te lachen, maar om perspectief te houden, spanning soms te doorbreken en te voorkomen dat professionaliteit verward raakt met gewichtigheid. Werk kan belangrijk zijn zonder dat wij voortdurend hoeven te doen alsof alles van levensbelang is.
Veel van deze principes komen op hetzelfde neer:
Ik heb liever dat iets werkelijk klopt dan dat het vooral de juiste indruk wekt.